Radiometrische dateringstechnieken

Radiometrische dateringstechnieken - Hoe werken die technieken?
Radiometrische dateringstechnieken meten de vervalsnelheid van radio-isotopen tot stabiele chemische elementen en de concentraties van diezelfde radioactieve isotopen en chemische elementen in stollingsgesteente en metamorf gesteente. Uranium-238 is een voorbeeld van een instabiel radio-isotoop. Dit isotoop zal spontaan vervallen tot het is overgegaan in Lood-206, een stabiel chemisch element. Het Uranium-238 radio-isotoop gaat door 13 verschillende overgangsfasen voordat het stabiliseert als Lood-206 (U238 > Th234 > Pa234... enzovoorts... tot aan Pb206). In dit voorbeeld wordt Uranium-238 de "moeder" genoemd en Lood-206 de "dochter".

Radiometrische dateringstechnieken – De drie fundamentele aannames
Radiometrische dateringstechnieken (met uitzondering van C14-datering) kunnen alleen worden toegepast op stollingsgesteente en metamorf gesteente. Deze technieken gaan allemaal uit van drie fundamentele aannames:

  • Op de eerste plaats moeten we aannemen dat de vervalsnelheid constant is. Dat is een redelijke aanname. Wetenschappers zijn nog niet in staat geweest om vervalsnelheden te laten variëren, al hebben ze dit wel geprobeerd.

  • Op de tweede plaats moeten we aannemen dat er nooit vervuiling is opgetreden, wat betekent dat er nooit intermediaire of dochterelementen zijn toegevoegd aan of verdwenen uit het gesteente. Dit is een slechte aanname gebleken. Een groot aantal van de overgangsstoffen zijn zeer instabiele gassen. De meeste data die worden verkregen met radiometrische dateringstechnieken zijn met elkaar in strijd. Men beschouwt die data dan als "vervuilde" data en laat ze buiten beschouwing. Men neemt aan dat de "zuivere" data wel kloppen.

  • Tenslotte moeten we aannemen dat we kunnen weten wat de oorspronkelijke hoeveelheid dochterelement in het proefstuk was. Dit is de onredelijkste aanname van de drie. Als we abusievelijk aannemen dat er geen dochterelement aanwezig was toen het gesteente werd gevormd, dan lijkt het gesteente slechts een hoge leeftijd te hebben. De zogenaamde "isochron" datering geeft aan dat er tijdens de vorming van gesteente altijd een zekere hoeveelheid dochterelement aanwezig is.

Lees nu meer over radiometrische datering!