Hoe werkt C14-datering?

Hoe werkt C14-datering?
Hoe werkt koolstofdatering, ook wel C14-datering genoemd? Koolstof (C14) wordt in de hogere atmosfeer geproduceerd wanneer stikstof-14 (N14) onder de invloed van kosmische straling wordt veranderd in radioactieve C14. Deze radioactieve C14 is instabiel en zal daarom na verloop van tijd spontaan weer vervallen tot N14. De "halfwaardetijd" van C14 is ongeveer 5730 jaar. Dit betekent dat het 5730 jaar duurt voordat de helt van een bepaalde hoeveelheid C14 is vervallen tot C12. Het duurt vervolgens weer 5730 jaar voordat de helft van de resterende koolstof is vervallen (na 11.460 jaar is dus nog ongeveer een kwart van de oorspronkelijke hoeveelheid C14 overgebleven).

Het duurt vervolgens weer 5730 jaar voordat de helft van die resterende hoeveelheid koolstof is vervallen, en dan weer 5730 voor de helft van dat restant, enzovoorts. Planten synthetiseren C14 in de vorm van koolstofdioxide. C14 komt dus via planten in de voedselketen terecht. Wanneer dieren deze planten eten, absorberen ze C14. Wanneer een organisme sterft, kan het geen C14 meer opnemen. De opgenomen hoeveelheid C14 begint nu te vervallen tot C12.

Men denkt dat we de sterfdatum van het organisme kunnen schatten door de verhouding tussen C14 en C12 te meten in de resten van dode organische materie en die verhouding te vergelijken met de C14/C12 verhouding in de atmosfeer.

Hoe werkt C14-datering? - Een omstreden methode
Deze dateringsmethode neemt aan dat C14 een evenwicht heeft bereikt in onze atmosfeer, oftewel dat de productiesnelheid gelijk is aan de vervalsnelheid. Maar recent onderzoek geeft aan dat C14 nog geen evenwicht heeft bereikt. Er bevindt zich vandaag de dag meer C14 in de atmosfeer dan in het verleden. Koolstofdatering is daarom een omstreden methode. Als er tegenwoordig meer C14 in de atmosfeer aanwezig is dan vijftig jaar geleden, dan zou een proefstuk dat honderd jaar geleden stierf een te hoge leeftijd worden toegekend.

Lees nu meer over koolstofdatering!