De theorie over het ontstaan van het leven

De theorie over het ontstaan van het leven - De wetenschappelijke uitleg
Hebben wetenschappers een theorie over het ontstaan van het leven? De evolutietheorie over de oorsprong van het leven is het fundament van het huidige wetenschappelijke wereldbeeld. Deze theorie onderwijst dat organisch leven voortkwam uit anorganische materie via uitsluitend naturalistische mechanistische processen op een prebiotische aarde. Die oorspronkelijke levensvorm evolueerde vervolgens tot complexere levensvormen via een natuurlijk proces van willekeurige mutaties en natuurlijke selectie.

In een notendop: de wetenschappelijke meerderheidshypothese is dat materie, die heel lang willekeurig inwerkte op andere materie, alles heeft geschapen wat wij om ons heen zien.

De theorie over het ontstaan van het leven – En het ontstaan van DNA dan?
We weten nu dat het ontstaan van het leven het bestaan van DNA vereist. DNA is de genetische blauwdruk die ten grondslag ligt aan elke vorm en functie van alle cellen in een levend organisme. In de mens bestaat het DNA uit drie miljard precieze "letter" sequenties, die tezamen een perfecte verzameling gecodeerde instructies vormen. Wanneer we het DNA vergelijken met een geschreven werk van Shakespeare, dan zien we dat dergelijke gecodeerde informatie niet per ongeluk kan ontstaan.

Het "apentheorema" is een populair verhaal dat door evolutionistische biologen gebruikt wordt om het idee te verdedigen dat de DNA-code toevallig zou kunnen ontstaan, als er maar genoeg tijd beschikbaar is. Zij vergelijken dat met een groep apen die willekeurig op een verzameling typemachines zit te tikken tot er uiteindelijk een sonnet van Shakespeare uitrolt.

De British National Council of Arts heeft dit "apentheorema" op de proef gesteld. Zij plaatsten zes apen en een computer een hele maand lang in een kooi. Aan het einde van het experiment hadden de apen ongeveer 50 pagina's volgetikt, maar geen enkel woord. De kortste Engelse woorden zijn "a" en "I", maar die kunnen alleen als een geldig woord worden beschouwd als ze aan weerszijden een spatie hebben. Als we uitgaan van een heel eenvoudig toetsenbord met 30 toetsen (26 letters, een spatiebalk, een punt, een komma en een vraagteken), dan is de kans op een eenletterwoord 1 op 27.000 (30 x 30 x 30).

Dat is dus een letter met twee spaties... maar hoe zit het met een echt sonnet van Shakespeare?

Kijk eens naar deze opmerkingen van Gerald Schroeder, een Israëlisch wetenschapper en schrijver van "The Science of God":

    “Alle sonnetten hebben dezelfde lengte. Ze zijn per definitie veertien regels lang. Ik koos een sonnet waarvan ik de openingszin ken: “Shall I compare thee to a summer’s day?” Ik telde het aantal letters: het sonnet heeft 488 letters. Wat is de kans dat je met willekeurige toetsaanslagen de 488 letters kunt verkrijgen in de precieze volgorde van “Shall I compare thee to a summer’s day?” Het resultaat is het getal 26 dat 488 keer met zichzelf wordt vermenigvuldigd. Dat is dus 26 tot de macht 488. Of, anders geschreven: 1 op 10 tot de macht 690.

    “Het aantal deeltjes in het universum - geen zandkorrels dus, maar protonen, elektronen en neutronen - is 10 tot de macht 80. Dat is een 1 met 80 nullen. Tien tot de macht 690 is een 1 met 690 nullen. Er zijn dus niet genoeg deeltjes in het universum om het aantal pogingen te beschrijven; je komt dan nog steeds een factor 10 tot de macht 600 tekort.”
Het is interessant dat Schroeder deze uitspraak deed in een debat aan de Universiteit van New York met Antony Flew (in mei 2004). Professor Flew was toen nog een vurig atheïst. Maar hij schreef later het volgende in zijn boek "There Is A God: How The World’s Most Notorious Atheist Changed His Mind" (2007):
    “Na Schroeders presentatie vertelde ik hem dat hij met zekerheid en naar tevredenheid had aangetoond dat het "apentheorema" grote onzin was, en dat het bijzonder verstandig was om slechts een sonnet te gebruiken; het theorema wordt vaak beschreven met het hele werk van Shakespeare of een enkel toneelspel, zoals Hamlet. Maar als het theorema niet werkt voor een enkel sonnet, dan is het natuurlijk absurd om te suggereren dat de veel ingewikkeldere oorsprong van het leven via toeval zou kunnen hebben plaatsgevonden.”

Lees nu meer over de oorsprong van het leven!